De omnium is de waarborg die schade aan uw eigen voertuig dekt, bovenop de verplichte burgerlijke aansprakelijkheid. Ze is facultatief: u beslist zelf of de waarde van uw wagen die extra bescherming waard is.
In de praktijk
De Belgische markt kent twee formules. De volledige omnium (vaak « full omnium ») dekt in principe ook de materiële schade aan uw eigen wagen bij een ongeval in fout. De mini-omnium of gedeeltelijke omnium beperkt zich tot een lijst van benoemde gevaren: doorgaans diefstal, brand, glasbraak en natuurkrachten.
- De keuze hangt van de wagen af: bij een recent of gefinancierd voertuig verdedigt de volledige omnium zich vlot. Bij een oudere wagen loopt de premie snel op tegenover wat u nog kunt terugkrijgen, en wordt de mini-omnium de verstandige optie.
- De weerhouden waarde is doorslaggevend: de voorwaarden beschrijven hoe uw voertuig vergoed wordt en volgens welke afschrijvingsregel in de tijd. Dat is precies het punt waarover na een ongeval het meest gediscussieerd wordt, dus lees het vooraf.
- De vrijstelling bepaalt mee het aanbod: twee omniums met dezelfde premie kunnen een heel verschillend deel voor uw rekening laten.
- Uitsluitingen tellen even zwaar als waarborgen: beroepsgebruik, niet-aangegeven bestuurders, staat van het voertuig. De modaliteiten verschillen per maatschappij.
Een omnium vervangt nooit de wettelijke dekking: ze komt bovenop de BA auto, de enige verplichte verzekering. Maatschappijen met autoformules in België vindt u in onze fiches, bijvoorbeeld Yuzzu.
Om te onthouden
Stel uzelf één vraag: zou u uw wagen morgen kunnen vervangen zonder vergoeding? Is het antwoord neen, dan is een volledige omnium verantwoord. Zo niet volstaan een mini-omnium of de BA-verzekering vaak.